SBNO.ORG

Rotterdam-Charlois

De Oude Kerk te Rotterdam-Charlois werd oorspronkelijk gebouwd in de 15e eeuw. In deze tijd was Charlois nog een apart dorp, gesticht kort voor de bouw van de kerk. Dit oorspronkelijke gebouw was gewijd aan St. Clemens. Echter werd later de toren vervangen (in 1660), terwijl het kerkgebouw zelf in 1867 sterk verbouwd en vergroot is. Dit in verband met de bouwvallige staat en het gestegen aantal kerkgangers.
In 1787 werd in de Oude Kerk een orgel gemaakt door de Goudse orgelmaker Hendrik Hermanus Hess. Dit orgel was een schenking van de Ambachtsheer van Charlois, Dirk de Man, als nagedachtenis aan zijn kort daarvoor overleden vrouw. Het orgel had bij de bouw 20 registers en twee klavieren en een aangehangen pedaal.
In 1832 werd er aan het orgel gewerkt door Joachim Reichner uit Den Haag waarbij een kleine dispositiewijziging plaats vond.
Rond 1860 maakte men plannen om de oude Kerk uit te breiden vanwege het sterk toegenomen aantal kerkgangers. Hoewel de oude kerk een schitterend gebouw moest zijn geweest, kwam deze verbouwing toch neer op bijna complete nieuwbouw, dit keer in min of meer Engelse Neogotische stijl. Het Hess orgel werd in 1868 door de orgelmakers Van den Haspel, Schlgens en Van der Weijden te Rotterdam overgeplaatst naar het nieuwe gebouw. Bij deze gelegenheid werd het bovenwerk gewijzigd en van een nieuwe grotere lade voorzien. Doordat deze als bovenwerk werd geplaatst moest ook de toets en registermechaniek worden gewijzigd. Ook op het hoofdwerk vonden dispositiewijzigingen plaats terwijl de oude spaanbalgen werden vervangen door een magazijnbalg. In de 20ste eeuw vonden nog enkele kleine wijzigingen plaats door Standaart en van der Kley.
In 1952 vond een restauratie plaats door Leeflang onder advies van mr. A. Bouman. Hierbij werd een vrij pedaal aangebracht en de klankleur naar de gebrekkige inzichten van die tijd omgebogen naar wat men dacht meer oorspronkelijk te zijn.
Een echte rehabilitatie kreeg het orgel in 1983/1984 door een restauratie door de Gebr. van Vulpen. Omdat het instrument te zeer verwijderd was geraakt van 1787 koos men voor een herstel van de situatie 1868 (dispositieherstel van het hoofdwerk naar Hess en van het bovenwerk naar Van den Haspel, Schölgens en Van der Weijden). Er kwam ook een nieuw vrij pedaal achter de oude kas met drie registers, de toonhoogte werd hersteld naar Kamertoon en de originele, volstrekt unieke mixtuursamenstelling kwam ook weer terug. Voor ontbrekende Hess pijpen stonden de orgels in Kloetinge en Oudshoorn model.
Nu was uitgebreid groot onderhoud echter noodzakelijk geworden wat door de orgelmaker Reil in 2020/2021 is uitgevoerd. De Stichting heeft dit ondersteund door een bijdrage van € 2.500,00.


2021 © Alexander Bunt